Leren schrijven

Begin

Er zijn een heleboel regels om verhalen te leren schrijven. Tegen de meeste van die regels mag je onbeperkt zondigen. Zo niet zou iedereen saaie standaardliteratuur schrijven, en dat kan niet de bedoeling zijn. Toch zijn er een paar zaken waar je écht wel rekening mee moet houden.

Personages

Een verhaal staat of valt met de personages. Het begrip ‘personage’ mag je ruim zien. Een mier of een koffiepot kunnen ook een verhaal dragen. Het belangrijkste is dat die personages een doel hebben, en dat ze moeite willen doen om dat doel te bereiken. Een tekst over iemand die niets wil, is geen verhaal, maar een alternatief slaapmiddel. Doorgaans wordt er een onderscheid gemaakt tussen ronde karakters en profielkarakters (round & flat characters).
- In een roman of een langer verhaal is het hoofdpersonage meestal ‘rond’: veelzijdig en voortdurend in ontwikkeling.
- In kortverhalen gebruiken we – wegens plaatsgebrek – hoofdzakelijk 'profielkarakters'. Zij worden aan de lezer gepresenteerd via de specifieke karaktertrek die ze nodig hebben in het verhaal dat je wil schrijven. Klinkt dit als Latijn? Lees dan eens een kortverhaal van Roald Dahl, dan snap je het meteen.

Het vertelperspectief

Het vertelperspectief is het standpunt van waaruit het verhaal wordt verteld. Elk verhaal wordt verteld door ‘iets of iemand’ en dat hoeft niet noodzakelijk de auteur te zijn. Schrijf ik een verhaal over een koffiepot, en laat ik die pot zélf zijn zegje doen (in de ik-vorm), dan ben ik de schrijver, en is de koffiepot de verteller. Je kan schrijven in de ik-vorm of in de hij/zij-vorm. In het eerste geval spreken we van een interne verteller (de ‘ik’ zit immers IN het verhaal), in het tweede geval over een externe verteller (die staat buiten het verhaal).

De tijd

Wil je de lezer blijven boeien, dan moeten de gebeurtenissen elkaar logisch opvolgen. Is dat niet het geval, en krijgt je lezer het gevoel dat je lukraak neerschrijft wat in je hoofd opkomt, dan haakt hij af. Het is dus noodzakelijk te weten hoe je met tijd moet omgaan in een verhaal als je leert schrijven.

  1. Je kan de gebeurtenissen chronologisch presenteren, of
  2. je kan gaan springen in de tijd en met flashbacks en flashforwards werken.
  3. Twee verhaallijnen simultaan laten lopen is eveneens een mogelijkheid.

Waar je voor kiest, hangt af van het verhaal dat je schrijft. Niet alles wat er in een verhaal wordt verteld, is even belangrijk. Je moet dus ook weten wanneer je de tijd moet vertragen (om bepaalde zaken onder de aandacht te brengen) of moet versnellen (om vlug komaf te maken met minder belangrijke zaken)

Ruimte

Het spreekt vanzelf dat een verhaal zich ‘ergens’ moet afspelen. Beginnende schrijvers besteden vaak niet veel aandacht aan hun locaties. Ten onrechte, want de plaats waar de personages verblijven, drukt een stempel op de sfeer van het verhaal. In vele gevallen bepaalt de omgeving ook voor een stuk het verloop van de gebeurtenissen. Een blind date aan de Noordpool zal helemaal anders verlopen dan een blind date in Zuid-Afrika, een ruzie tussen zakenpartners is veel spannender op een zeilboot te midden van de oceaan dan in een geacclimatiseerd kantoor in Brussel.

Wil je zelf leren schrijven?

Dan zit je ongetwijfeld op je plaats in een cursus ‘verhalen schrijven’. Bekijk het volledige aanbod op de schrijfschool (Gent).

Artikel geschreven door Ingrid Verhelst, bezielster van de Schrijfschool@Gent. Bekijk hun activiteiten. Wees er vlug bij, want de trainingen zitten snel vol.